Gnostiek

De oude gnostiek is razend populair. Er wordt zeer veel over gepubliceerd en in vele spirituele centra vinden lezingen plaats. Zonder behept te zijn met al te veel kennis wordt de gnostiek geromantiseerd. BRES276 wordt geheel besteed aan de gnostiek. Om de lacune in de kennis wat aan te vullen. De oude gnostiek is razend populair sinds de vondst van de Nag Hammadi Codex in 1948 en de Nederlandse vertaling 1994 door Slavenburg & Glaudemans. Maar wat is nu precies het aantrekkelijke van de gnostiek?

Dopen in de naam van Seth

‘Ik geloof in twee goden’

John van Schaik

Nag Hammadi Codex

Gnosis en gnostiek
Allereerst moeten we duidelijk maken wat gnostiek nu precies is. Dat is niet zo eenvoudig omdat in de (populaire) literatuur de begrippen ‘gnostiek’ en ‘gnosis’ voortdurend door elkaar heen worden gebruikt. ‘Gnosis’ betekent bovenzinnelijk inzicht en dat is van alle tijden en alle religies. Gnosis is een kenweg. ‘Gnostiek’ is echter een specifieke uitkomst daarvan. De weg van de gnosis kan tot vele soorten van inzicht leiden die historisch en cultureel gebonden zijn. De gnosis van het hindoeïsme – de verschillende vormen van tantra – is een andere gnosis dan de gnostiek. De gnosis van de antroposofie is een andere dan die van de katharen. Zo leert de antroposofie de kruisdood en opstanding van Jezus Christus, terwijl dat in de gnostiek juist wordt afgewezen (dit wordt formeel docetisme genoemd). En uiteraard komt de kruisdood en opstanding in de hindoeïstische gnosis überhaupt niet voor. Zo is het ook voor de vele geschriften van de Nag Hammadi Codex (NHC). Onder de NHC bevinden zich bijvoorbeeld hermetische geschriften. Dat is Griekse gnosis. De zuiver gnostieke geschriften in de NHC zijn christelijke geschriften. Telkens is de Verlosser Christus. Maar ook vinden we in de NHC gnostisch-christelijke geschrifen die wel gnosis zijn maar geen gnostiek. We kunnen dus vaststellen dat de NHC een verzameling van gnostische teksten bevat waaronder zich een aantal christelijk-gnostieke én een aantal christelijk-gnostische bevinden. In de christelijk-gnostische teksten wordt de kruisdood en opstanding van de Verlosser bevestigd terwijl dat in de christelijk-gnostieke teksten wordt ontkend. Nogal een verschil. Dat vaak over het hoofd wordt gezien wanneer men het heeft over ‘gnosis, een alternatief christendom’.

 Gnosis: een alternatief christendom?        

Kerkvaders en gnosis

De verwarring is al ontstaan bij de vroege kerkvaders die tegen de gnostiek/gnosis polemiseren. Zoals de bisschop van Lyon, Irenaeus. In circa 180 na Christus schrijft hij zijn standaardwerk tegen de gnostiek/gnosis onder de titel Adversus Haereses. In de Adversus verwerpt Ireneaus – uiteraard – de idee dat mensen zelf tot goddelijk inzicht kunnen komen. Dan heeft hij het over de kenweg: de gnosis. De kritiek van Ireneaus is dat de wegen van God voor de mens niet volledig te kennen is, terwijl de gnostici claimen dat dat wel kan. De gnostici denken dat alle bovenzinnelijkheid te kennen is. Dat is hoogmoed. Dat is blasfemie. Ireneaus schampert over de gnostici – hij noemt de gnostici Valentinus, Ptolemaeus en Basilides – dat zij wel van alles weten over het bovenzinnelijke, maar niets eens weten hoeveel haren ze op hun hoofd hebben:

Maar als degenen die volmaakt zijn niet eens weten van de dingen in hun handen, en hun voeten, en voor hun ogen en op de aarde en … de haren op hun hoofd, hoe kunnen we hen dan geloven inzake spirituele en bovenzinnelijke dingen? (Ad.H. II, 28, 9)

Een beetje flauw natuurlijk van Irenaeus. Maar wel veelzeggend. Gnostici zijn namelijk meer geïnteresseerd in het bovenzinnelijke dan in het leven hier op aarde. Terwijl Irenaeus juist geïnteresseerd is in de dingen van hier beneden en hoe Christus hier werkzaam is. Precies dáár ligt tegenwoordig het aantrekkelijke van de christelijke gnosis: deze oude teksten geven ons inzicht in het bovenzinnelijke. Daar hebben moderne mensen behoefte aan, juist omdat we ons teveel met het zintuiglijke bezighouden. En dat bevredigt niet meer. In die zin is de ‘gnosis als alternatief christendom’ inderdaad aan de orde.

Hoeveel haren hebben ze op hun hoofd?

Voor het volledige artikel klik hier.

 

Contact

John van Schaik
Hendrik Consciencestraat 9
B-8530 Harelbeke
België
Tel. (0032)(4)76092195
johnvschaik@skynet.be

John van Schaik

Dr. John van Schaik is afgestudeerd op middeleeuwse mystiek en gepromoveerd op de katharen en de manicheeërs. Hij heeft veel gepubliceerd over gnostieke, mystieke en esoterische onderwerpen.

Esoterie

Het begrip esoterie staat voor het geloof in een kenbare geestelijke wereld die invloed heeft op de zichtbare wereld en andersom. Er is geen scheiding tussen stof en geest (monisme). De mens (mikrokosmos) beïnvloedt de geestelijke wereld (makrokosmos) en andersom.

Back to Top