Katharen

Leerden de katharen de reïncarnatie?

Dat de katharen de reïncarnatie leren wordt door vriend en vijand als feit beschouwd. Toch zijn hier ernstige vragen bij te stellen. In de geschriften van de katharen zelf horen we er niets over – des te meer in de polemieken van de tegenstanders en de inquisitieverslagen.

kathaar

 

 

 

 

 

 

 

Wat is reïncarnatie eigenlijk?
Wetenschappelijke studies over reïncarnatie zijn zeldzaam. Zeker waar het de reïncarnatieopvattingen in de westerse cultuur betreft. In de weinige publicaties wordt het begrip reïncarnatie dan ook nog nauwelijks gedefinieerd. De volgende begrippen passeren – door elkaar heen gebruikt – de revue: reïncarnatie, zielsverhuizing, transmigratie, metempsychosis, metemsomatosis, palingenesia en animisme. Voor ons onderwerp zijn alleen de reïncarnatie in de vorm van de metempsychosis en metemsomatosis van belang. Sinds het begin van de twintigste eeuw geeft men onder invloed van de theosofie in het Westen de voorkeur aan (de letterlijke betekenis van) reïncarnatie – metemsomatosis dus – boven metempsychosis.
Wanneer men tegenwoordig dus zegt dat de katharen in reïncarnatie geloven, bedoelt men daar de metemsomatosis mee.

Onder metempsychosis (μετεμψύχωσις), of ook zielsverhuizing, transmigratie en Seelenwanderung verstaat men dat dezelfde ziel herhaaldelijk incarneert in een lichaam, hetzij van een mens, hetzij van een dier, hetzij van een plant. Dat wordt onder meer geleerd door Pythagoras, Plato en Plotinus.

Onder metemsomatosis (μετευσωμάτωσις) of reïncarnatie of wederbelichaming of Wiederverkörperung verstaat men het letterlijk hernieuwd aannemen van een menselijk vleeslichaam. In de nieuwere geschiedenis komen we deze betekenis onder meer tegen bij de Duitse filosoof Lessing in zijn Die Erziehung des Menschengeschlechts uit 1780. Rudolf Steiner, (1861-1925), de stichter van de antroposofie, wijst er op dat met Lessing een nieuw soort van bewustzijn in het Westen ontstaat voor wiederverkörperung. Voor Steiner is het een uitgemaakte zaak dat reïncarnatie zich alleen maar beperkt tot incarneren in een menselijk lichaam.

Katharen en reïncarnatie
Hoe komen de katharen aan hun reïncarnatieleer? De katharen zijn gnostieke christenen, verwant aan de oude gnostieke christenen van de Nag Hammadi-geschriften. De opbouw en inhoud van één van de kathaarse geschriften, de Interrogatio Iohanni, is zeer gelijkend op het gnostieke Apocryphon Ionanni. De typische kenmerken van de kathaarse leer, namelijk dualisme en docetisme, zijn dezelfde als die van de laat-antieke gnostieke christenen. Het ligt dan ook voor de hand te veronderstellen dat de katharen ook hun reïncarnatieleer – op de een of andere manier– ontleend hebben aan de oude gnostieke christenen. Want dat de oude gnostisch georiënteerde christenen, zoals de gnostieken van de Nag Hammadi-geschriften – maar bijvoorbeeld ook de manicheeërs – de reïncarnatie leren; zoveel lijkt wel zeker te zijn.

Rond 400 na Christus verdwijnt de reïncarnatieleer in Europa om – op enkele uitzonderingen na – pas weer in de zeventiende eeuw een geïntegreerd onderdeel te worden van het esoterische christendom. Het is dus opvallend dat in de Middeleeuwen de katharen wel de reïncarnatie leren.

De berichten van de tegenstanders
Om de teksten hierna inzake het geloof van de katharen in reïncarnatie te begrijpen is het noodzakelijk een enkel woord te wijden aan het kathaarse mensbeeld. Dat is over het algemeen drieledig. De mens bestaat uit een geest, een ziel en een lichaam. Tijdens het incarnatieproces blijft de geest (of engel) van de mens achter in de hemel en daalt de ziel in in een lichaam. Dat incarnatieproces is het werk van de duivel. De ziel is aldus gevangen in het lichaam. Opgemerkt dient te worden dat ‘geest’ en ‘ziel’ in de teksten door elkaar heen gebruikt worden. In de teksten van de tegenstanders komen we zowel de metemsomatosis als de metempsychosis tegen. Volgens Thomas van Aquino (1210-1274) geloven de katharen – hij noemt ze manicheeërs – in de ‘transmigratie van de ziel’:

Deze theorie (van Plato) bestaat tot op vandaag bij de ketters, de manicheeërs die net als Plato de eeuwigheid van de ziel leren en de transmigratie van de zielen.

Thomas heeft het in dit citaat dus over metempsychosis, gezien de verwijzing naar Plato. In een andere bron over de katharen De heresi catharorum in Lombardia gaat het echter over het overgaan in een menselijk lichaam: metemsomatosis dus.

Voor het volledige artikel klik hier.

Contact

John van Schaik
Hendrik Consciencestraat 9
B-8530 Harelbeke
België
Tel. (0032)(4)76092195
johnvschaik@skynet.be

John van Schaik

Dr. John van Schaik is afgestudeerd op middeleeuwse mystiek en gepromoveerd op de katharen en de manicheeërs. Hij heeft veel gepubliceerd over gnostieke, mystieke en esoterische onderwerpen.

Esoterie

Het begrip esoterie staat voor het geloof in een kenbare geestelijke wereld die invloed heeft op de zichtbare wereld en andersom. Er is geen scheiding tussen stof en geest (monisme). De mens (mikrokosmos) beïnvloedt de geestelijke wereld (makrokosmos) en andersom.

Back to Top