Manicheïsme

Het christelijke Manicheïsme
In zijn Contra Faustum doet Augustinus (354-430) een merkwaardige uitspraak over de manicheeërs. Augustinus verwijt de manicheeërs dat zij met hun ‘vleselijke zintuigen’ (carnalis sensis) het kwaad kunnen zien in slangen, vuur, vergif etc. en het goede in plezierige bloemen, aangename geur en zonlicht. Augustinus daarentegen ziet ‘het onveranderlijke licht’ alleen boven de geest met de ogen van zijn ziel (oculum animae meae). Volgens Augustinus gaat het daarbij om onzichtbare dingen, terwijl de manicheeërs het onzichtbare presenteren als zichtbare dingen.

manicheisme-1Smaak, kleur en geur
Hoe kunnen we ons voorstellen dat de manicheeërs het goddelijke in de natuur (kosmos) zien met hun ‘vleselijke zintuigen’? Een paar citaten uit De moribus Manichaeorum (Over de gewoonte van de manicheeërs) van Augustinus maken duidelijk hoe de manicheeërs het goddelijke licht in de natuur waarnemen:

Om te beginnen vraag ik u dan hoe er aan komt te onderwijzen dat in granen, peulvruchten, groenten, bloemen en fruit dat onbestemde deel van God (pars Dei) aanwezig is? Dat blijkt, zeggen ze, door de glanzende kleur, de aangename geur en het zoete sap.
In de kleur van de rode roos is het goede aanwezig. En in de gele meloen is een deel van de schatten van God aanwezig. Het goede wordt ontdekt door te ruiken. Natuurlijk zijn het alleen de manicheese ingewijden – de electi – die het goddelijke in de natuur kunnen waarnemen. Omdat bij hen de ‘poorten van de zintuigen’ zijn geopend. Bij de electus beheerst de licht-nous alle levens- en zielefuncties. Dus ook de functies van de zintuigen. Daardoor zijn de ogen van de electus geopend om het goddelijke te zien:

En de poorten, die zich voorheen slechts hadden geopend voor de begeerten, zij openen zich nu, om al wat Gode welgevallig is, op te nemen.

De Heilige Geest is heerser in het lichaam, waardoor de poorten van het lichaam – de zintuigen – geopend zijn voor het goede. Met de gereinigde fysieke zintuigen kunnen de manichese electi kennelijk het licht van de duisternis onderscheiden in het koren, de groenten en het fruit. Niet alleen hebben de manichese electi door het beoefenen van de gnosis de licht-nous ontvangen, ze hebben ook een lichtkleed ontvangen. In het manichese psalmboek lezen we: Toen ik de roep van mijn Redder hoorde, bekleedde een kracht al mijn leden; Ik vernietigde hun bittere muren, ik vertrapte hun deuren, ik rende naar mijn Rechter. De krans van glorie zette Hij op mijn hoofd, de prijs van de overwinning plaatste Hij in mijn hand. Hij bekleedde me met de lichtmantel, Hij plaatste mij boven al mijn vijanden.
Waar Augustinus met de ogen van de ziel het transcendente geestelijke ziet, zien de manicheeërs kennelijk het immanente geestelijke in de natuur door de omkleding van (onder andere) de zintuigen met het lichtgewaad. De manichese electi transformeren hun lichaam van duisternis naar licht.

Het zien van de natuurgeesten
Uit de Keulse Manic Codex (CMC) weten we hoe concreet dit voor Mani en zijn tijdgenoten moet zijn geweest. Zij zien en horen de geesten van de natuur: in het water, in de dadelpalm en in groeten. Mani is zelfs in gesprek met de natuurgeesten. In de CMC zijn verschillende teksten te vinden die dit bespreken. Mani zelf heeft al vanaf zijn vroege jeugd contact met de/een geest van de natuur:

Uit de bron van de wateren verscheen mij de gestalte van een mens, die met zijn hand heenwees naar de plaats der Ruste, opdat ik geen misslag zou begaan en hem leed berokkenen. Op die manier werd ik van mijn vierde jaar, tot op het tijdstip dat ik volgroeid was, ongemerkt bewaard door de hoogheilige engelen en hemelse machten.

Voor het volledige artikel klik hier.

 

 

Contact

John van Schaik
Hendrik Consciencestraat 9
B-8530 Harelbeke
België
Tel. (0032)(4)76092195
johnvschaik@skynet.be

John van Schaik

Dr. John van Schaik is afgestudeerd op middeleeuwse mystiek en gepromoveerd op de katharen en de manicheeërs. Hij heeft veel gepubliceerd over gnostieke, mystieke en esoterische onderwerpen.

Esoterie

Het begrip esoterie staat voor het geloof in een kenbare geestelijke wereld die invloed heeft op de zichtbare wereld en andersom. Er is geen scheiding tussen stof en geest (monisme). De mens (mikrokosmos) beïnvloedt de geestelijke wereld (makrokosmos) en andersom.

Back to Top